Economie en organisatie/ Maatschappij en welzijn/ STEM-technieken (agro)

Economie en organisatie

In de basisoptie verruimen de leerlingen hun beleving van de ‘economische en financiële competenties’ tot een bredere economische en maatschappelijke context.

De leersituatie van de basisvorming ‘Economische en financiële competenties’ komt erop neer dat de leerlingen het consumentengedrag vanuit hun individuele beleving bestuderen. Aan de hand van herkenbare situaties uit hun eigen vertrouwde leefwereld, worden ze er zich van bewust dat hun aankoopgedrag beïnvloed wordt door tal van factoren. Ze beseffen dat er voorzichtig dient te worden omgegaan met een budget … Daarnaast maken ze kennis met een aantal basisbegrippen en basisprincipes in verband met ondernemingen.

Daar komt in de basisoptie een economische en maatschappelijke verruiming van de beleving bij. De rode draad doorheen deze basisoptie is het verder verkennen van de volgende thema’s

· consumenten: economisch principe, trends met betrekking tot aankoopgedrag en aankoopkanalen, courante betaalmiddelen, loonschema

· ondernemingen en organisaties: bedrijfskolom, welvaart en welzijn, onthaal, verkoop, administratie, logistiek

· ondernemerschap

· ICT

In de huidige geglobaliseerde economie wordt vlot communiceren en samenwerken steeds belangrijker. Daarom komen verschillende aspecten van communicatieve en sociale vaardigheden aan bod, door gebruik te maken van een activerende didactiek.

Net zoals in de basisoptie ‘economie en organisatie’ in de A-stroom, verschuift de focus van de individuele beleving, die in de basisvorming centraal staat, naar een benadering vanuit een ruimere en bredere context. In tegenstelling tot de A-stroom, ligt de nadruk in de B-stroom op de concrete taken en opdrachten binnen ‘ondernemingen en organisaties’.

Maatschappij en welzijn

In de basisoptie ‘maatschappij en welzijn’ staat het welzijn voor, en van, de mens in de maatschappij centraal. De leerlingen maken kennis met een aantal basisbegrippen en -technieken om het samenleven, de eigen gezondheid en de eigen lifestyle in de huidige, diverse maatschappelijke context te optimaliseren en in stand te houden.

Ze worden bewustgemaakt en ze worden ertoe aangezet om te werken aan een gezonde levensstijl, met aandacht voor lichamelijk, psychisch, sociaal en emotioneel welzijn, gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging … Bovendien leren ze via eenvoudige opdrachten en praktische oefeningen hoe ze creatief met die welzijnsaspecten kunnen omgaan en hoe dat hun persoonlijke lifestyle beïnvloedt.

Als mens leef je in een bepaalde maatschappelijke context. Daarom is het belangrijk om in actuele situaties de invloed van de ander en de wederzijdse beïnvloeding te herkennen. De leerlingen leren om te gaan met de anderen (peers, mensen met wie de jongeren dagdagelijks in contact komen) en ze leren in die omgang elementaire sociale en communicatieve vaardigheden te ontwikkelen.

Daarbij vormen vaardigheden zoals ‘observeren’, ‘interpreteren van gedrag’ en eenvoudige groepsdynamische processen een belangrijk uitgangspunt. Ook het omgaan met de diversiteit in onze samenleving (in de meest ruime betekenis van het woord) vanuit een respectvolle houding van gelijkwaardigheid, vormt in deze basisoptie een belangrijk aandachtspunt.

Deze basisoptie richt zich vooral tot leerlingen die sociaal voelend zijn en heeft als doel hen te laten kennismaken met verschillende contexten waarin maatschappij en welzijn een belangrijke rol spelen.

In de A-stroom ligt de klemtoon op de inhoudelijke onderbouw. Dat betekent dat de focus meer ligt op inzicht in het wat en waarom van het welzijn van de mens in de maatschappij. In de B-stroom wordt vanuit

de inhoudelijke essentie vooral gefocust op de praktische relevantie en op toepassingen voor en door de leerlingen zelf.

 

STEM-technieken

‘Doordacht doen en denken met techniek’

De leerlingen die zich wel eens de vraag stellen hoe een toestel werkt, de leerlingen die graag zelf de handen uit de mouwen steken, de leerlingen die hun eigen uitvinding écht willen maken … die leerlingen zitten goed in de basisoptie STEM-technieken.

In STEM-technieken leren ze hun eigen systeem te bedenken (ontwerpen) en ze zetten daar met overtuiging hun creativiteit voor in. Ze worden ertoe uitgedaagd zelf te onderzoeken welke keuzes ze kunnen maken (‘Welke grondstoffen, gereedschappen, machines … zal je gebruiken … ?’). Ze zullen hun eigen systeem op een veilige en doordachte manier maken. Met het uittesten en, indien nodig, het verbeteren van hun systeem, maken ze de cirkel rond.

Om inspiratie op te doen, zullen de leerlingen ook dagdagelijkse systemen onderzoeken. Ze gebruiken hiervoor wiskunde en wetenschappen. Om de taal van de technologie te leren begrijpen, lezen ze ook handleidingen, plannen, tekeningen … Want een echte denker en doener benut al zijn talenten.

Wanneer ze kennis hebben gemaakt met al deze mogelijkheden, zullen de leerlingen al een heel ander beeld hebben van alle beroeps- en studiemogelijkheden waarbij ze deze talenten kunnen inzetten. Met deze basisoptie worden ze uitgenodigd om met hun leraren op weg te gaan en hun talenten binnen STEM-technieken te ontdekken en verder te ontwikkelen.

Vakken cluster Vakken Aantal uur
STEAM PAV 4
7u Lichamelijke Opvoeding 2
  Plastische Opvoeding 1
TAAL EN CULTUUR PAV 5
8u Engels

1

  Frans 2
MENS EN MAATSCHAPPIJ PAV 3
5u LBV 2
KEUZEMODULES Carrousel 2
2u    
BASISOPTIE Handel 3
10u Maatschappelijke Vorming 4
  Agrarische Technieken 3
     
  TOTAAL 32